Piet Eichholtz, Hoogleraar Economie van de Universiteit van Maastricht, zegt dat de problemen op de huizenmarkt genuanceerd moeten worden. Met name de hoogte van de woningprijzen, ondanks de daling van 8 procent de afgelopen drie, is “stabiel” te noemen. Eichholtz neemt in deze een positievere instelling in dan vele andere experts die waarschuwen voor verdere prijsdalingen van tientallen procenten.
De woningprijzen zakken een heel klein beetje. Ze zijn over de laatste drie jaar ongeveer 8 procent gezakt. Dat is iets meer dan 2 procent per jaar. Dat kan je nog steeds gewoon stabiliteit noemen. Dat is niet zo’n probleem.
Dienstverleners op de huizenmarkt in het nauw
Hij benoemt niet dat er zozeer een probleem bestaat voor de woningbezitters, wel voor diegenen die hun brood verdienen op de huizenmarkt. Makelaars, projectontwikkelaars en dergelijke trekken binnen de huidige economische ontwikkelingen aan het korste eind.
Overaanbod concentreert zich om nieuwbouw
Elke woning die te koop staat genereert tegelijkertijd een nieuwe woningvraag, aldus Eichholtz. Het “overaanbod” aan woningen zou zich daarmee concentreren rondom nieuwbouw, iets dat op dit moment vrijwel stilstaat. Het “stuwmeer” aan vrijkomende projecten waarvan de woningen nog verkocht moeten worden blijft daardoor laag. Eichholtz spreekt in die zin van een laag “netto aanbod”. Daarmee verschilt Nederland van Spanje, Amerika en Ierland.
Overheid moet “beleidsarmoede” bedrijven
Overheidsingrijpen leidt vooral tot onzekerheid en onduidelijkheid. [...] Ik denk dat het belangrijkste is dat de sector niet teveel gaan wijzen naar de overheid, maar vooral zeggen: zorg dat mensen zekerheid hebben over wat ze lange termijn kunnen verwachten en daarop hun beslissing kunnen afstellen. Daar is de markt nu vooral mee gebaat.

